Passie Pensioneert Nooit voor Wilma Geldof

Wat is mijn grootste passie in mijn werk? Ik vind ‘passie’ een lastig woord: het klinkt zo jubelend terwijl ik schrijven vaak als een geworstel ervaar. Dat ik wil schrijven is een diepgevoelde behoefte. Ik kan niet zonder, maar ik geniet er helaas niet constant van.
Maar als het lukt, als er iets ontstaat wat goed is: dat is mooi.

Wat is mijn idee van ultiem geluk? In schrijven: als ik opga in het schrijven, als ik een hoge concentratie bereik, als er voor dát moment niets anders is dan het verhaal. (En ik me niet laat afleiden door Facebook of mails of gedachten). In het leven: liefde, in wat voor vorm dan ook. En vrijheid. En die twee samen. Op een tropisch eiland. Dat laatste hoeft niet eens, uiteindelijk zit geluk in je hoofd (of eigenlijk in je borst en buik; het heeft meer met voelen te maken dan met denken.) Geluksmomenten beleef ik vaker buiten dan binnen, als ik de zon en de wind op mijn huid voel, als mijn zintuigen ontwaken.
Geluk is als ik kan opgaan in het nu, als ik de schoonheid in het leven kan ervaren. Als ik mij in vrede voel in mijzelf en met mijn omgeving. Halleluja!

Wat is mijn grootste angst? In schrijven: dat ik het niet meer kan. In het leven: zonder liefde leven, ongelukkig zijn en blijven, alleen zijn en alleen sterven.

Waar houd ik het meest van in mijn werk? Zie boven. Én: Het moment dat ik geen letter meer wil veranderen. (Als het af is dus).

Wat is mijn minst aantrekkelijke eigenschap? Ik kan soms tobberig zijn. Ik kan te veel in mijn hoofd zitten. Ik kan ongeduldig zijn.

Wat is mijn grootste valkuil? Te veel denken in plaats van te voelen. En mezelf naar beneden halen.

Wanneer zou ik liegen? Als ik schrijf: schrijven is liegen. Heel fijn. Daarbuiten wil ik over onbelangrijke dingen best liegen als ik daarmee verhinder iemand pijn
te doen. Of als de waarheid niet interessant is. Echt liegen doe ik niet, geloof ik. Ik wil eerlijk zijn, vooral tegen mezelf. Soms ben ik te eerlijk: als een interviewer vraagt hoe succesvol een boek was, is het nogal dom om het succes te relativeren. Maar dat doe ik dus.

Welke personen in mijn professie, die nu leven, bewonder ik het meeste? Lastige vraag want zelfs van schrijvers die ik bewonder heb ik vaak niet alles gelezen. Ik
bewonder Jandy Nelson vanwege ‘Ik geef je de zon’; Ian McEwan vanwege ‘De cementen
tuin’; Esther Gerritsen vanwege ‘Dorst’(én andere boeken); Ester Naomi Perquin vanwege haar poëziebundels; Annet Schaap vanwege ‘Lampje’; Inge Schilperoord vanwege ‘Muidhond’. En verder: Peter van Gestel, Wim Hofman, Daan Remmerts de Vries, Mirjam Oldenhave, Els Beerten, Guus Kuijer, Sjoerd Kuyper, Edward van de Vendel, Ted van Lieshout en vele vele anderen die ik nu even vergeet.

Waar houd ik het minst van in mijn werk? De onzekerheid. De hang naar erkenning die afhankelijk maakt. Ik heb een vrij beroep, ik wil me vrij voelen, authentiek en onafhankelijk. Maar dat lukt niet altijd.

Waar en wanneer was ik het meest gelukkig met mijn werk? Toen ik de eerste lovende recensie las van ‘Elke dag een druppel gif’, een historische roman
over een overtuigd NSB-kind; een boek waar ik lang aan heb gewerkt en dat belangrijk voor mij was. Én toen ik de Thea Beckman-prijs won voor dit boek. Die erkenning betekende veel voor mij.

Wat zegt mij de uitspraak ‘Passie Pensioneert Nooit’? Dat zegt mij dat ik waarschijnlijk altijd zal blijven schrijven, zolang ik daar fysiek toe in staat ben en mijn hersens nog niet verweekt zijn. Ik kan niet niet schrijven.

Wat zou ik aan mezelf willen veranderen? Ik zou makkelijker beslissingen willen kunnen nemen, makkelijker willen leven, ik zou extraverter willen zijn (ik ben wel open, maar alleen extravert als ik mij op mijn gemak voel). Afhankelijk van mijn stemming wil ik niets tot alles aan mijzelf veranderen.

Wat is mijn grootste professionele prestatie tot nu toe? Het schrijven van de historische roman ‘Elke dag een druppel gif’. (Lees dat boek! Geef het cadeau! ☺ Het is erg goed gerecenseerd, tijdloos én actueel). Mijn uitgever noemt het een klassieker.

Waar zou ik het liefst willen leven en werken? Op het platteland, vlakbij zee. Uit mijn raam kijken en dieren zien. Of water. Weinig geluiden horen. Weinig prikkels. Wel een stad dichtbij: mensen, activiteiten, leven – zodat als ik iets wil het in de buurt is. En toch ook wel buren, net dichtbij genoeg om niet bang te zijn voor nachtelijke seriemoordenaars. Er schijnt ooit onderzoek te zijn gedaan naar de omgeving waarin mensen zich het gelukkigst voelen: jungle, zee, bos, savanne enz. Die laatste bleek het prettigst: er is ruimte, maar er zijn ook altijd bosjes waarachter je je kunt verschuilen. Ruimte én geborgenheid. Misschien gaat het daar wel altijd om in het leven.

Wat is mijn meest waardevolle bezitting? Mijn computer.

Wat is mijn meest markante karakteristiek? Ik ben een volhouder.

Wat is de plek waar ik de beste ideeën krijg buitenshuis, in mijn stad? In mijn hoofd als dat rustig is. Waar dat hoofd zich bevindt, is uiteindelijk minder belangrijk. Al helpt stilte. En onderweg zijn, reizen, de wereld aan mij voorbij zien trekken: dat helpt ook.
Ik hou erg van reizen, vooral naar Zuidoost Azië. Nederland is niet het middelpunt van de wereld.

Wat is mijn favoriete plek om te eten en te drinken buitenshuis, in mijn stad? Op het strand, zelf eten meenemen, zwemmen, liggen, lezen, zoenen, eten, drinken en de zon zien ondergaan. In de omgeving van Haarlem zijn veel stranden waar je alleen op de fiets kunt komen, waar het heerlijk rustig is.

Welke boeken hebben mijn leven beïnvloed en hoe? ‘Het binnenste ei’ van Hannes Meinkema heeft veel voor mij betekend toen ik een jaar of twintig was, onzeker en vol minderwaardigheidsgevoelens. Nu vind ik het verhaal te analyserend geschreven, maar toen waren al die analyses en het gegeven dat je jezelf zo kon onderzoeken een openbaring voor mij. Ik heb het boek zelfs met doorzichtige folie gekaft. Ik heb het nog steeds.

Wie zijn mijn favoriete schrijvers? Ian Mc Ewan, Esther Gerritsen en alle hierboven genoemde schrijvers.

‘You Only Die Once’. Welke muziek wil ik beluisteren op mijn laatste dag? Ik hoop dat het een lange dag zal zijn waarop ik naar emotionele muziek kan luisteren als
Preisner (Requiem for my friend), maar ook naar Amy Winehouse, Johnny Cash, John Hiatt, en dat ik kan dansen op soulmuziek, Leela James, Macy Gray, Angie Stone en vele anderen. Ik hou van muziek, het raakt je hart veel directer dan woorden dat kunnen. Woorden zijn indirect, gaan vaak via het hoofd, via het begrijpen. Als ik zou kunnen kiezen zou ik liever muzikant willen zijn – maar waarschijnlijk ben ik toch een te cerebraal mens, en heb ik daarom het schrijven nodig. Gelukkig is taal ook klank en klank is muziek.

Wie is mijn held of heldin in fictie? Lang geleden was dat Pippi Langkous. Nu niemand.

Wie zijn mijn helden en heldinnen in real life? Ester Naomi Perquin, Ellen ten Damme, Barack Obama, Nelson Mandela.

Welke film zou ik jou aanbevelen ooit in je leven te zien? The cement garden, Das Experiment, Non ti muovere, Monster’s ball, Lore, Birdman, La vie d’Adèle, Moonlight. Morgen herinner ik me ongetwijfeld nog andere films.

Wat zegt de uitspraak ‘De Financiële Vrijheid om te Creëren” mij? Fijn als geldzorgen je niet te zeer belasten. Creëren, een boek schrijven, kost mij veel tijd. Er worden erg veel boeken uitgebracht, het is niet makkelijk overleven in de boekenwereld.

Welke rol speelt kunst in mijn leven en werk? Mijn vroege drijfveer om te willen schrijven was de behoefte naar buiten te brengen wat in mij leefde. De behoefte om te creëren is nog altijd groot. Maar ik loop niet alle musea af. Ik ga graag naar theater, naar de film, maar beeldende kunst volg ik veel minder, eerlijk gezegd. Vanzelfsprekend is kunst belangrijk. Toen het Britse kabinet tijdens WO2 geld wilde vrijmaken voor oorlogsvoering door te bezuinigen op kunst en cultuur, zei Churchill: ‘Waar
vechten we dan nog voor?’

Wie is mijn grootste fan/sponsor/partner in crime? Ik wil mijn partner niet mijn sponsor noemen, maar zeker groot fan en partner in crime. Hij moet veel van wat ik schrijf lezen. Het manuscript van mijn kinderboek ‘Ollie en het kronkeldier’ heeft hij zelfs helemaal aan mij voorgelezen zodat ik het ritme van de zinnen kon horen. Taal is niet enkel inhoud, maar ook klank, ritme en cadans.

Met wie zou ik in 2017 graag willen werken? Ik werk altijd alleen. Maar ik zou graag willen werken met schrijvers die ik bewonder. Nee, ik noem geen namen.

Naar welk project, in 2017, kijk ik uit? Ik kijk uit naar de voltooiing van mijn Young Adult-roman ‘Het meisje met de vlechtjes.’ Ik vrees dat het pas in 2018 wordt uitgegeven, ik ben geen snelle schrijver. Ik doe mee aan de ‘Auteurstournee voor vluchtelingen’ van ‘Een boek voor jou’. Volgende week geef ik een workshop(je) aan de kinderen in het AZC in Alkmaar. Dat vind ik leuk en bijzonder.

Waar kun jij mij en mijn werk zien of ontmoeten in 2017? Mijn boeken in de boekwinkel en in de bibliotheek. Mij als schrijfdocent bij schrijfschool
ScriptPlus in Amsterdam en bij Hart, centrum voor kunst en cultuur, in Haarlem, en online bij schrijfschool Editio.

Hoe kun jij contact met mij opnemen?
Via mijn website: http://www.wilmageldof.nl

https://www.youtube.com/watch?v=V8UQKpIH0f8&t=28s
 https://www.youtube.com/watch?v=zhK8F8upEt4&t=12s
 https://www.youtube.com/watch?v=ZipO4RnfOkM&t=13s
 https://www.youtube.com/watch?v=e2ywbPl56jM&t=19s

Hier de link naar mijn boeken:

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s