Passie Pensioneert Nooit voor Petra de Vree

Mijn grootste passie? Werken met klei en creëren van beelden. Op het moment dat ik klei aanraak beginnen mijn handen vanzelf te vormen. Ik kan vaak niet stoppen als ik met een nieuw beeld begin, word ’s nachts wakker met nieuwe ideeën en wil snel aan de slag om het uit te proberen. Eigenlijk is het nooit echt uit mijn gedachten. Dat vind ik zo mooi aan het mens-zijn, de creativiteit en de vindingrijkheid die we hebben. Ik ben er erg blij mee dat ik dat deel van mezelf heb kunnen ontwikkelen.

Mijn idee van ultiem geluk zit in heel veel dingen. Samenzijn met mijn geliefde, mijn dochter weer in mijn armen sluiten als we elkaar een tijd niet gezien hebben, een gezellige avond lachen met goede vrienden, inspirerende nieuwe mensen ontmoeten, de blijdschap op het gezicht van de ontvanger als ik iets geef, de schoonheid ontdekken van stukjes wereld. Door dat alles heen speelt die rode draad: zoveel mogelijk tijd in mijn atelier doorbrengen om zelf schoonheid te creëren. Als ik een beeld vol met kleur en pracht uit de oven haal, dan kan ik echt gelukkig zijn.

Mijn grootste angst is te vroeg doodgaan, als ik nog lang niet klaar ben met het leven. En dan doodgaan aan een stomme oorzaak, zoals een aanslag of een ongeluk. Dat zou ik echt vreselijk zonde vinden. En ook heel erg moeilijk voor mijn gezin en vrienden.

Als ik aan mijn werk denk hou ik, naast van het materiaal, het meeste van de verrassing. Ik weet van tevoren niet hoe een beeld eruit zal gaan zien, in welke kleuren ik het ga glazuren. Het grappige is dat ik me geen leven meer kan voorstellen zonder, zodra het beeld er eenmaal is. Alsof het er altijd had moeten zijn. Ik geniet ervan om te zien dat ik mensen raak met mijn werk, dat mensen er blij van worden of kippenvel van krijgen. Daarom wil ik het liefste zelf bij exposities aanwezig zijn en de reacties zien van het publiek. Dat geeft me nieuwe energie en inspiratie, het doet me goed.

Mijn minst aantrekkelijke eigenschap…eh…dat is eigenlijk meer een vraag voor anderen. Maar voor mezelf is dat mijn gevoeligheid. Daar kan ik wel eens last van hebben. Tegelijkertijd weet ik dat het juist die gevoeligheid is die ervoor zorgt dat er allerlei vormen van inspiratie binnen komen. Ik zie die eigenschap bij veel kunstenaars terug. We zouden er juist ons talent van moeten maken…!

Mijn kracht is precisie en geduld. Teveel van het goede is mijn grootste valkuil: dat is perfectie. Soms kan het doorslaan, dan streef ik iets na dat met klei bijna onmogelijk is om uit te voeren en kan ik me er teveel in vastbijten. Ik leg de lat hoog en soms net te hoog. Ook al zijn anderen razend enthousiast: ik wil steeds verbeteren en mezelf overtreffen.

Wanneer zou ik liegen? Bewust liegen doe ik niet, een klein deel van de waarheid weglaten heel af en toe. Als ik weet dat ik de ander pijn zal doen, zoals mijn vader van 90 vertellen dat ik 5 jaar in Hanoi ga wonen. Dat vind ik bijzonder moeilijk. Ik lieg dan niet, maar stel het vertellen wel enigszins uit. Mocht hij ernaar vragen dan krijgt hij het natuurlijk gewoon te horen.

Een beeldend kunstenaar die met keramiek werkt en die ik bewonder is Phillippe Faraut. Hij maakt levensechte portretten van mensen en aan zijn diversiteit lijkt geen einde te komen. Ras, leeftijd, bekend persoon of onbekend persoon, hij weet het allemaal heel trefzeker neer te zetten. Andere kunstenaars waar ik veel bewondering voor heb zijn Louise Bourgeois en Yayoi Kusama. Louise is in 2010 overleden en was een zeer sterke vrouw die de mannenwereld in de kunst niet schuwde. Yayoi maakt zeer kleurrijk inspirerend werk en is er eveneens wereldberoemd mee geworden. Bijzonder knap!

Het minst aantrekkelijke in mijn werk vind ik de administratie van het eenpersoonsbedrijf. Daar heb ik een echt geen interesse voor. Sinds de omzet groeit neemt het meer tijd in beslag, en hoewel ik het leuk probeer te maken door mooie muziek te spelen en een kopje cappuccino te maken: hier vind ik echt helemaal niets aan.

Waar en wanneer was ik het meest gelukkig met mijn werk? Ik begon met klei te werken in 2006; voorheen ontwierp en maakte ik meubels en verlichting van zelfgemaakt handgeschept papier. In de tijd dat ik in Bolivia woonde ontdekte ik keramiek onder begeleiding van kunstenaar Mario Sarabia. Ik was zoekende naar de mogelijkheden van klei en had al twee vrouwenbeelden gemaakt. Eigenlijk vond ik dat meer dan genoeg en wilde ik weer andere mogelijkheden onderzoeken, maar ik had toch nog een derde vrouwenbeeld gecreëerd. Dat stond te drogen op een schap in het stookhok, waarvan ’s nachts per ongeluk de deur op een kier open was gebleven. Een kat, die voor een hond vluchtte, rende er naar binnen met de hond achter hem aan. Ze renden door de openstaande ovens en over de schappen, een spoor van vernieling achterlatend: alles was kapot. Op deze ravage stond één beeld krachtig en fier neer te kijken, ze was een beetje verschoven maar verder helemaal intact. Dat moment van besef dat ze het overleefd had is de reden dat ik toch ben doorgedaan en dat ik nog altijd nieuwe vrouwenbeelden creëer met allen hun eigen verhaal.

De uitspraak “Passie Pensioneert Nooit” neem ik heel letterlijk. Er is geen leeftijdsgrens verbonden aan passie. Wanneer vrienden het hebben over de verhoging van de pensioengrens kan ik me niet voorstellen dat ik ooit vrijwillig met mijn werk zal stoppen.

Wat zou ik aan mezelf willen veranderen? Liever niets. Door de jaren heen heb ik geleerd dat het vooral belangrijk is dat je van jezelf houdt zoals je bent en dat lukt me nu goed. Ik heb voor veel uitdagingen gestaan, ook echt zware, en ik heb mezelf erdoorheen weten te loodsen door de overtuiging dat alle hobbels me uiteindelijk inzicht zouden geven in het leven en leed van anderen. Dat hielp, het voelde positief.

Mijn grootste professionele prestatie is dat ik een lopend kunstenaarsbedrijf heb weten op te zetten in een tijd dat in Nederland een grote financiële crisis begon. Nadat ik 15 jaar in landen als Bolivia, Guatemala, Ghana en Nepal gewoond had keerde ik in 2008 terug naar Nederland. De eerste geluiden waren nog erg positief maar al gauw bleek dat veel mensen zich door de crisis mee lieten slepen en hun geld niet makkelijk meer aan kunst uitgaven. Het was ploeteren en hard werken, maar ik won publieksprijzen en een vakjury-prijs. Mijn werk werd, naast door particulieren, door de Nederlandse Vereniging van Cardiologen, door de Universiteit en door de Gemeente Wageningen aangeschaft. Daar was ik erg trots op.

Waar ik het liefst zou willen wonen en werken? In een land waar er een algemeen respect is voor creativiteit, kunst en cultuur. En ook: daar waar mijn klei is. Ik heb in verschillende landen op vier continenten gewerkt en weet dat ik me er in de loop van tijd thuis ga voelen. Dat gaat in het ene land iets sneller dan in het andere. Maar waar ik ook ben: als er respect voor kunst is en de omstandigheden goed zijn om mijn werk te kunnen maken, dan ben ik in mijn element.

De meest waardevolle bezitting is mijn talent. Er zijn er meer, waaronder de tafel die ik heb ontworpen en laten uitvoeren door de meubelmakers die voor mij werkten in Bolivia. Er is hout van een speciale lengte uit het bos vervoerd voor deze grote tafel bestaande uit twee delen. Sociaal gezien is hij ideaal, er is geen tafelhoofd, iedereen is gelijk en kan elkaar aankijken. In nieuwe gezelschappen vormt hij bijna altijd het eerste onderwerp van gesprek en gasten gaan daardoor makkelijker met elkaar praten. Er kleven veel herinneringen aan deze tafel, zowel de gesprekken die ik er aan gehad heb als het feit dat hij met ons de wereld over gereisd is, van Bolivia via Nederland naar Bangladesh.

Mijn meest markante eigenschap vind ik moed. Ik heb het enorme geluk gehad dat ik er al op jonge leeftijd achter kwam dat niets me in de weg stond om te reizen en radicale veranderingen tegenmoed te treden. De uitspraak “Partir, c’est mourir un peu” vond ik als jonge vrouw melancholisch en erg waar, maar het hield me teveel verbonden met het verleden. Inmiddels heeft de uitspraak plaatsgemaakt voor “Partir est un peu plus la vie”. Door vele jaren op verschillende werelddelen te leven blijkt dat ik mijn oude vrienden behouden heb en er alleen maar heel veel meer bijgekregen heb.

Wat is de plek waar ik de beste ideeën krijg? Sinds 2014 woon ik in Dhaka, Bangladesh, waar ik door gebrek aan veiligheid erg beperkt ben in mijn bewegingsvrijheid en niet rustig kan wandelen of fietsen op straat. Ik woon in een appartement in een gebouw van tien verdiepingen en ga vaak het dak op om uit te waaien en de omgeving in me op te nemen. Ik doe er ideeën op. Daarnaast krijg ik invallen op uiteenlopende plekken. Dat kan in een bos zijn, als ik de creaties van de natuur bekijk, of elders, als ik iemand iets ongewoons zie doen, of tijdens yoga-oefeningen. Eigenlijk meestal als ik het niet verwacht. Hoe minder ik me bewust probeer te forceren, hoe leuker de invallen.

Wat is mijn favoriete plek om te eten en te drinken? In Dhaka kan ik niet naar een restaurant dat niet extra beveiligd is, dus ik nodig vaak mensen thuis uit om te komen eten of iets te drinken. We laten dan een Bangladeshi kok koken die heerlijke westerse gerechten op tafel zet. Dat is zeker zo gezellig als uit eten. In mijn ‘hometown’ Wageningen ga ik graag naar H41. Daar hebben ze lekker bier, heerlijk eten en de sfeer is er ontspannen en open. Als ik eraan denk loopt het water me al in de mond.

Als ik denk over de vraag ‘Welke boeken hebben mijn leven beïnvloed?’ kijk ik verder dan romans. Individuele boeken zullen zeker mijn kijk op de wereld beïnvloed hebben maar de Lonely Planet reisgids East Africa heeft zonder twijfel een echte verandering in mijn leven betekend. Zonder dat boek zou ik in 1982 nooit is staat zijn geweest zelfstandig door Egypte, Sudan, Uganda en Kenya te reizen. Een reis die zoveel indruk op mij als jonge vrouw maakte dat zowel mijn eigenbeeld als mijn wereldbeeld terug in Nederland een complete omwenteling doormaakten.

Schrijvers waarvan ik stuk voor stuk ieder boek zou verslinden of verslonden heb zijn Oriana Fallaci, Isabel Allende, Renate Dorrestein en Griet Op de Beeck. Ook het boek Tonio van A.F.Th van der Heijden heeft een enorme indruk achter gelaten. Zo rauw, zo heftig om je enige kind zo te verliezen. Ik ben zelf moeder van één kind; ik voelde me met iedere vezel aan het verhaal van de schrijver verbonden en heb het bijna in één ruk uitgelezen.

De muziek die ik op mijn laatste dag zou willen luisteren is pianomuziek, van Erik Satie bijvoorbeeld. Iedere toon krijgt zijn aandacht. Daar wordt ik rustig van, heerlijk. Een lied wat ik verder heel graag hoor is “Gracias a la vida” van Mercedes Sosa. Ook wel toepasselijk voor zo’n laatste dag.

Mijn grote held in real life is mijn vader. Een man, die als oudste van een groot gezin op zijn twaalfde al moest werken. Die, als intelligente bouwvakker, vond dat zijn kinderen wél de kansen in het onderwijs moesten krijgen die hij nooit gehad heeft. Die letterlijk zijn eigen huis gebouwd heeft in de weekenden. Die, toen hij door zijn 50+ leeftijd in de bijstand kwam en gedwongen werd zijn ‘huis op te eten’ (zo heette dat toen), groente is gaan verbouwen op zijn stukje land om geld bij elkaar te sprokkelen. Eerst verkocht hij de groente aan huis, in die tijd konden mijn ouders niet eens het ziekenfonds betalen. Later ging het beter en werd de groente via de veiling verkocht. Nu spit hij zijn tuin nog ieder jaar om en kookt er zijn eigen groente van. Hij is 90 en zeker mijn grote held.

Welke film zou ik je aanbevelen om ooit te zien? Novecento van Bernardo Bertolucci heeft nog jaren door mijn hoofd gespeeld nadat ik hem gezien heb, maar ook La Vita è Bella, Schindler’s List en Amélie zijn prachtige films. En Avatar, Silence of the Lambs, Out of Africa, the Notebook, Ice Age 1 zijn allemaal films die om uiteenlopende redenen indruk op me maakten. Moeilijk om te kiezen welke de beste is, het is toch appels met peren vergelijken. Hoewel, de eerste film die om zijn beelden echt heel lang is blijven hangen heb ik vroeger op de kunstacademie gezien. Dat is Psycho van Alfred Hitchcock. Een klassieker die ik nog altijd graag opnieuw zou willen bekijken.

De Financiële Vrijheid om te Creëren is voor beginnende kunstenaars geen overbodige luxe. Je moet de tijd hebben om je eigen stijl te onderzoeken en te ontwikkelen. Ik heb die vrijheid gehad in Bolivia, toen mijn man het contract kreeg en ik van zijn werkgever een extra bijdrage ontving omdat ik mijn werk in Nederland opgaf om mee te kunnen gaan. Uiteindelijk betaalt het zich terug. Tegenwoordig komt het bedrag wat ik voor een beeld ontvang redelijk overeen met de geïnvesteerde tijd en materialen. Ik zeg ‘redelijk’, omdat er onbewust vaak meer tijd aan acquisitie besteed is dan wordt doorgerekend.

Kunst speelt een overheersende rol in mijn leven, het is mijn alternatieve adem. Naast dat ik zelf beeldend kunstenaar ben hangt er veel werk van bevriende kunstenaars in ons huis. Ik zie het iedere dag, ik geniet ervan en het geeft me energie. Ik ga graag naar speciale tentoonstellingen en moderne musea, ik kan echt uren doorbrengen te midden van het werk van bekende of minder bekende collega-kunstenaars.

Mijn grootste fan/sponsor/partner in crime is mijn man. Hij is doorgaans de eerste die mijn nieuwe werk ziet. Als hij tijd heeft ‘sponsort’ hij me met koffie of, als het warm weer is, met een biertje. Hij is tevens mijn grootste criticus. Als ik iets voor mezelf duidelijk moet krijgen is hij diegene die de juiste vragen stelt en me een spiegel voorhoudt. Hij daagt me uit om mijn creativiteit ten volle te benutten en geeft het aan als ik elementen in een beeld dreig te herhalen. Samen met mij maakt hij de foto’s van de beelden voor op de site. Zijn foto’s zijn anders dan de mijne en geven een mooie aanvullende kijk op het werk. Ik heb hier echt erg veel aan en het is enorm stimulerend.

2017 wordt weer een jaar van verandering. Ik ga halverwege het jaar verhuizen van Dhaka naar Hanoi en wil er graag nieuwe Vietnamese kunstenaars leren kennen om ermee samen te werken. Vòòr dat het zover is kijk ik uit naar deelname aan de Culturele Ronde, die in het weekend van 22 en 23 april in Wageningen plaatsvindt. Dat is een open atelierroute waar iedereen kan komen kijken. Op de Universiteit van Wageningen in het Forum is er momenteel een expositie van mijn werk. Deze expositie is te bezichtigen tot 28 april 2017. Ik exposeer regelmatig in Nederland en informatie daarover is te vinden op mijn Facebookpagina en op mijn website, zie hieronder. In het filmpje ‘De schoonheid van Klei’ op Youtube is een kort portret van mijn werk en atelier in Dhaka geschetst.

Voor meer informatie over mijn werk ben ik te bereiken via mail: info@petradevree.nl https://www.facebook.com/artistpetradevree http://www.petradevree.nl https://youtu.be/cP6A12P2xA4

Gepassioneerde collega’s die ik graag zou uitnodigen om ook hun verhaal te vertellen zijn er veel, maar in elk geval Rob van Doeselaar, Iris Schreven, Ingo Leth, Daniele Jaspers en Robbert Kamphuis

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s